Nieuwe hoeden voor alle Alkmaarse kaasdragers: een historische verandering
In dit artikel:
Bij de tweede kaasmarkt van het seizoen in Alkmaar onderwierp kaasvader Willem Borst afgelopen vrijdag alle dragers aan een kledinginspectie — en de opvallendste vernieuwing dit jaar zijn hun nieuwe hoeden. De rij kaasdragers werd per veem (groep) gecontroleerd op het traditionele witte tenue, nette schoenen en riem, maar vooral op het hoofddeksel: sinds dit seizoen dragen alle 42 dragers hetzelfde model hoed, in de vier veemkleuren (geel, rood, blauw, groen), één oranje exemplaar voor de kaasvader en een paar witte hoeden.
Dat uniform is nieuw; eerder had elke drager zijn eigen, vaak eeuwenoude hoed die gerepareerd en meerdere malen overgeschilderd werd. Jette de Vries droeg vijftig jaar lang hetzelfde exemplaar dat volgens hem al “minstens honderd jaar” oud was en vol reparaties zat. Oude hoeden hebben veel meegemaakt — van buitenlandse reizen tot beschadigingen tijdens markten — en raakten zo zwaar dat ze soms nauwelijks nog comfortabel waren. Toen kaasdrager Daan Vrees vorig jaar met een lichter, minder gehavend exemplaar verscheen, inspireerde dat het gilde en de gemeente om voor een gezamenlijke vervanging te zorgen: “Toen ze dat zagen, dachten ze: dit moeten we voor iedereen regelen,” zegt hij.
Het proces was zorgvuldig: alle dragers moesten passen, waarna de hoeden bij Stadswerk072 werden gelakt en van linten en de juiste kleuren voorzien. Het nieuwe model is geïnspireerd op klassieke Panama-hoeden, gevlochten en afkomstig uit Ecuador, maar aangepast aan de traditie van het Alkmaarse gilde. Ondanks de moderne uitvoering blijft de gebruiksfilosofie hetzelfde: de hoeden horen bij het gilde, niet bij de individuele dragers; ze worden gedragen, onderhouden en hopelijk opnieuw bewaard voor de komende generaties.
Er is bewust ruimte voor tegendraadse trots: de dragers verwachten dat de frisse hoedjes na verloop van tijd weer “echt” gedragen en verouderd zullen raken. Zoals Jette droog opmerkt: “Nieuw is leuk hoor. Maar wacht maar… over een paar jaar zien ze er vanzelf weer uit zoals het hoort.”